Lezing: Low Grade Inflammation

Onze laatste lezing van een serie van vier is in aantocht.

Onderwerp: “Laaggradige ontsteking, oorzaak van vele chronische ziekten”.

We kennen vele chronische ziekten. De namen van deze ziekten geven aan in welk orgaan de ziekte zit. De basis blijkt echter veelal dezelfde: van suikerziekte tot auto-immuun en hart-en vaatziekten: de schade wordt veroorzaakt door een ontstekingsproces. U hoort op deze avond wat de oorzaak hiervan kan zijn en wat u er wellicht zelf aan kunt doen om uw klachten te beperken.

Datum: 18 februari
Spreker: Peter de Moor, orthomoleculair therapeut
Locatie: Natuurcentrum De Boshoek, Bospad 3, Schiedam (Noord)
Aanvang: 19.30u
Zaal open: 19.00u
Entrée: 5 euro

Inmiddels zijn er al veel kaarten verkocht en het aantal plaatsen is beperkt, wees er dus snel bij als u geïnteresseerd bent. U kunt zich aanmelden voor de lezing via ewg@hasn.nl

Tot dan?!

Advertenties

Water kéfir zelf maken

Waterkefir is een frisse en licht bruisende drank met probiotica in de vorm van rechtsdraaiende melkzuurbacteriën (lactobacillen) en gisten. Het ondersteunt een gezonde darmflora. Het wordt gemaakt van water, suiker en waterkéfir korrels. De melkzuurbacteriën en gisten in de korrels zetten de suikers om in o.a. melkzuur en koolzuur en geven de specifieke lichtzure smaak aan deze drank. Heerlijk om bij de avond maaltijd te nuttigen. Begin met 1 glas per dag en kijk of je daar 2-3 per dag van wilt maken. Meer zou ik niet doen. Er zit na oogsten nog een beetje suiker in. Dat is niet erg, want de probiotica leven hier ook in je darm nog op door.

Hier kun je in een wetenschappelijk artikel lezen wat er zoal in komt te zitten na twee dagen gisten.

Benodigdheden:

1 plastic zeef

1 plastic of houten lepel

1 (ruim formaat) plastic trechter die op een fles past, liefst met een oogje eraan

1,5 liter weckpot (ik kocht hem bij Xenos, merk Quattro Stagioni)

1 liter beugelfles (ook bij Xenos te koop merk Bormioli Rocco)

100 gr kéfir korrels > vraag iemand die waterkéfir maakt of je korrels kunt krijgen, makers hebben meestal een paar potjes te “slapen” staan in de koelkast (ze vermeerderen) of koop ze, ik heb geen tip voor een merk, want ik kreeg ze zelf ook van iemand

1 gedroogde biologische vijg

1 of 2 gedroogde biologische pruimen (optioneel)

1 biologische citroen

1,5-2 el biologische (riet)suiker, de hoeveelheid komt niet heel nauw en is afhankelijk van je eigen smaak

1 el kokosbloesemsuiker (optioneel, je kunt ook 2-3 el biologische suiker gebruiken)

1 liter water

Procedure

  1. Werk hygiënisch, raak de korrels niet met je handen aan.
  2. De korrels reageren in negatieve zin op metaal, gebruik daarom plastic of houten hulpmiddelen.
  3. Spoel de korrels in het vergiet onder de kraan met koud water af.
  4. Doe ze in de weckpot.
  5. Doe de rietsuiker en kokosbloesem suiker erbij.
  6. Voeg toe: 1 vijg en 2 pruimen (of 2 vijgen en geen  pruimen) en een schijfje (of halve) citroen
  7. Gooi de liter water erbij.
  8. Draai de pot een paar keer om, zodat de suiker goed oplost en van de bodem los komt.
  9. Draai de deksel er op en zet de pot weg op een ietwat warme plek. Op internet vind je dat dat ook een lichte plek moet zijn. In mijn ervaring maakt dat niet uit. Ik zet de pot in mijn magnetron! Dan staat ie niet in de weg en daar is het een aangename temperatuur. Zeker omdat mijn oven eronder staat. De korrels houden wel van een beetje warmte (25-28 graden), maar op kamertemperatuur gaat het ook wel.
  10. De pot kan geluidjes gaan maken, een knorrepot! Dan gaat het goed. Ook zul je belletjes van de bodem naar boven zien stijgen, dat is ook een goed teken. 
  11. Na 2 dagen kun je oogsten, eventueel na 2,5 of 3 dagen, maar laat hem niet langer staan.

Oogsten gaat zo:

  1. Zet de trechter op de beugelfles (of op een plastic maatbeker van meer dan een liter).
  2. Daarop de plastic zeef.
  3. Gooi de pot voorzichtig leeg in de zeef, hou de trechter en zeef met 1 hand iets los vd fles, dan loopt de kéfir er makkelijker in en stroomt de trechter niet over.
  4. Haal de vruchten tussen de korrels vandaan (met een plastic lepeltje of zo) en gooi ze weg.
  5. Spoel de korrels heel even af in de zeef onder koud stromend water.
  6. Spoel de weckpot om en doe weer 100 gram (luistert niet nauw) korrels in de zeef.
  7. Als het goed is hou je wat korrels over nu, want de korrels nemen langzaamaan in aantal toe. Zet deze in een potje nét onder water, met een mespuntje suiker in de koelkast. Zo gaan ze ‘slapen’. Dit is ook de manier om je korrels weg te zetten als je op vakantie gaat, of even geen zin meer in brouwen hebt.
  8. Proef de kéfir even: is ie te zoet naar je smaak? Laat de fles dan nog even buiten de koelkast staan. Zo niet, bewaar hem dan in de koelkast. Hij houdt het daar gerust een maand of twee uit, maar bedenk wel: hij zal met de dag bitterder worden. 

Variaties:
Doe er naar keuze bij (van begin af aan óf na oogsten): biologische gedroogde kersen, mango, appel, diepvries frambozen of wilde blauwe bessen. Er is meer te bedenken, maar dit is waar ik zelf ervaring mee heb. Gebruik van alles 1 of 2 stukjes, van de frambozen en bessen een halve eetlepel. De korrels kunnen niet teveel en ook niet alle mineralen verdragen. Het is aan jezelf om hiermee te experimenteren! Als het gewicht bij oogsten weer 100 gram is, zijn de korrels niet zo blij geweest. Ze horen iets te groeien in aantal. Frambozen en bessen bevallen mij het best en geven de kéfir een mooie kleur.

Succes!

Lezing “Als je darmflora maar goed zit”

Spreker: Lieneke van de Griendt, huisarts.

Datum: Ma 14 jan 2019

Aanvang 19.30u

Einde: 21.30u

Zaal open: 19.00u

Locatie: Natuurcentrum de Boshoek, Bospad 3, Schiedam.

Entrée €5,-

Aanmelden via ewg@hasn.nl

Onder darmflora wordt verstaan onze darmbacteriën. De laatste 10 jaar is hier veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Wat vele culturen natuurlijk al duizenden jaren weten wordt nu door de westerse wereld bevestigd: er blijkt een belangrijke relatie te bestaan tussen darmflora en gezondheid,.

Van overgewicht, hart- en vaatziekten en suikerziekte tot astma, allergieën, depressie en autisme: de lijst met chronische aandoeningen die geassocieerd zijn met veranderingen in de diversiteit van darmbacteriën, groeit met de dag. Het goede nieuws hiervan is dat hieruit voortvloeit dat je zelf invloed kunt uitoefenen op ziektes waarvan we voorheen dachten dat we gewoon pech hadden die te krijgen.

Nederland heeft sinds kort een Microbiome-Center, dat o.a. een belangrijke rol hoopt te gaan spelen bij het ondersteunen van artsen in het verkrijgen van inzichten hierover. Maar ze doen meer.

U heeft vast gehoord van faeces (poep) transplantatie. Hierbij wordt poep van een gezond individu overgebracht in de darm van een zieke patiënt. Dit is eigenlijk al een heel oude behandeling, die nieuw leven in is geblazen. Dat kan wellicht veel moderner en veiliger, namelijk in de vorm van probiotica.

Het Microbiome-Center biedt behandelingen op maat aan. Na onderzoek van uw ontlasting krijgt u een recept voor gezonde bacteriën die in úw darm ontbreken en wellicht bijdragen aan een betere gezondheid. Een gepersonaliseerd aanbod dus, uniek in de medische geschiedenis én in de wereld! U merkt zelf of dit voor u helpt of niet, maar wat het over all resultaat van deze behandeling is, zal moeten blijken uit een groot onderzoek dat binnenkort start in samenwerking met vier nederlandse universiteiten.

Henk van Duinkerken, mede-oprichter van het Microbiome Center, zal aanwezig zijn tijdens de lezing en aan het einde een korte toelichting geven.

Eieren met spek

Na mijn uitleg over insulineresistentie zult u begrijpen dat geraffineerde koolhydraten en zetmeel (lees: glucose) grote boosdoeners zijn waar het gaat om het ontstaan van veel chronische ziekten. Dat heeft overigens niet alleen met insulineresistentie te maken, ook met het versuikeren van deeltjes in onze bloedbaan die we LDL noemen (dit geldt overigens niet voor álle LDL deeltjes). Deze kunnen makkelijk in de wand van bloedvaten dringen en daar leiden tot ‘verkalking’ en ontstekingen van de wand. Maar wat eet je ervoor in de plaats? We mochten toch ook al geen vet? Zo blijft er niets over lijkt het.

IMG_4073.jpeg

Prof. Tim Noakes – een van Zuid-Afrika’s meest vooraanstaande wetenschappers, emeritus hoogleraar Bewegingswetenschappen en Sportgeneeskunde — schreef een boek over het belang van de hele dag door koolhydraten eten. Totdat hij zelf — ondanks het feit dat hij marathons liep – diabetes type 2 ontwikkelde. Hij dook de literatuur opnieuw in en kwam uit bij uitvaartondernemer William Banting, die al in de 18e eeuw tot de conclusie kwam dat koolhydraatarm en vetrijk eten de enige echt effectieve manier was om af te vallen. Noakes’ eigen voorgestelde manier van eten bleek zijn diabetes te hebben veroorzaakt! Daarop scheurde hij zijn eerste boek door, bood al zijn lezers zijn excuses aan en hervond zichzelf. Hij schreef opnieuw een boek over voeding: ‘Koolhydraatarm, Suikervrij, Vetrijk’, dat sinds afgelopen april in de winkels ligt en waarvan in Nederland inmiddels al de vierde druk verkrijgbaar  is.

‘Vetrijk’ klinkt natuurlijk enorm controversieel. Richtlijnen over de hele wereld beweren immers – op basis van ‘gedegen’ wetenschappelijk onderzoek – dat het eten van vet ongezond is. Met name verzadigde vetten zouden tot een verhoogd cholesterol leiden en een hoog cholesterol leidt tot hart- en vaatziekten. Ergo: het eten van verzadigde vetten zou niet gezond zijn en wordt daarom afgeraden. Ook ons Voedingscentrum en de NHG-standaard CVRM noemt verzadigd vet nog altijd ongezond. Maar is dat ook echt zo?

Is er een relatie tussen het eten van verzadigde vetten en de gezondheid?
Er klinkt meer en meer kritiek op deze Richtlijnen.

Zoë Harcombe1bijvoorbeeld, kwam – na 3,5 jaar graven in alle wetenschappelijk onderzoek dat er bestaat over het eten van verzadigde vetten – tot de conclusie dat er geen enkel bewijs is voor een relatie met hart- en vaatziekten en/of een vervroegde dood en wist op dit onderwerp te promoveren. Zij was de eerste spreker op het 2e Congres voor Leefstijl Geneeskunde dat het NILG onder leiding van Prof. Hanno Pijl van het LUMC in november jl. organiseerde. Ik woonde dat congres bij, hoorde haar aan en kwam tot de conclusie dat hier geen speld tussen te krijgen is.

En ook Nina Teicholz, journalist, kwam bij haar onderzoek dat ze deed vanwege een serie artikelen voor het blad Gourmet, op het spoor van vetten. Ook zij onderzocht de achtergrond en context van de grote studies waarop Richtlijnen over de hele wereld zich baseren. Zij kwam tot de conclusie dat er economische belangen speelden die de geloofwaardigheid van de onderzoeken flink in twijfel trekt. En ook zij kon bij het doorspitten van de onderzoeken geen relatie vinden tussen het eten van verzadigd vet en de diagnose hart- en vaatziekten. Zij schreef hierover ‘The Big Fat Surprise’, een ware eye-opener en ook al een bestseller. 

Aseem Malhotra tenslotte, een vooraanstaand Brits cardioloog, schreef ‘Het Pioppi Dieet’. Hierin lees ik: “92% van de artsen wereldwijd gelooft nog altijd dat vetconsumptie kan leiden tot hart- en vaatziekten. En 54% neemt nog altijd onterecht aan dat cholesterol rijke voeding het cholesterol gehalte in het bloed verhoogt”. Malhotra licht vervolgens toe, dat bewijs hiervoor ontbreekt en dat een mediterraan dieet met gezonde vetten (waarmee bedoeld wordt: geen transvetten, maar wel verzadigde en onverzadigde vetten) tot een goede gezondheid leidt. Informatief in dit kader is ook zijn documentaire ‘The Big Fat Fix’. Mensen die willen afvallen zouden daarnaast veel succes kunnen hebben als zij tevens koolhydraatarm eten.

Dit zijn toch wel drie bijzonder krachtige publicaties. Ik heb dan ook de makers van de NHG-standaarden CVRM en Diabetes Mellitus om hun reactie gevraagd. Hun antwoord was dit: “Het afgelopen jaar heeft het NHG de medicatie paragraaf van de NHG standaard DM herzien. We zijn voornemens binnenkort met de herziening van het deel met de niet-medicamenteuze adviezen te beginnen. De door u aangesneden problematiek zal daarbij ook aan de orde komen.

Conclusie
In afwachting van deze herziening is er wat mij betreft vooralsnog géén bewijs voor een relatie tussen het eten van verzadigde vetten en een verhoogd risico op hart-en vaatziekten en een vervroegd overlijden. U mag van mij voorlopig weer eieren met spek2,3 eten!

  1. Zoe Harcombe heeft een BA en MA in economie en wiskunde aan de Cambridge University en een PhD in Public Health Nutrition. Klik hier voor haar wetenschappelijke onderbouwing.
  2. Als u wilt afvallen, uw vetspectrum of diabetes wilt verbeteren, eet er dan geen brood bij, maar groente.
  3. Ik kies zelf voor spek van een biologisch gehouden varken.

Stay tuned!

Insulineresistentie 2

Na de les over insuline resistentie  ben ik een beetje van slag. 

Ik heb alleen geleerd de diagnose Diabetes (DM) te stellen, niet zoiets als insulineresistentie (IR), wat ik pré-diabetes ga noemenTerwijl dat minstens zo belangrijk is, gezien het aantal klachten dat daarmee gepaard gaat begrijp ik nu en het zwaard van Damocles dat je dan boven het hoofd hangt. Hoeveel heb ik wel niet over het hoofd gezien?! 

IR is wel beschouwd de aanloop naar diabetes en kan -bij het hebben van aanleg hiervoor- al in de jeugd beginnen. Als kind word je immers al blootgesteld aan het ‘verplichte’ tussendoortje op school, dat helaas vaak bestaat uit een bewerkt product met snelle suikers zoals liga, ontbijtkoek, eierkoek of een energiereep. Ook fruit (zeker de banaan) kan als tussendoortje bijdragen aan het ontstaan van IR. Om nog maar te zwijgen over de Fristi’s, Wicky’s, chocomel en vruchtensappen. Als het aan mij ligt, worden de tussendoortjes afgeschaft en wordt er een volwaardige warme maaltijd als lunch geserveerd op scholen, met een glas water of thee! (Dat is wel een voorwaarde: geen voeding weglaten, maar de frequentie beter structuren en vervangen).

Als je IR ontwikkelt en je de dokter bezoekt met klachten, zal die niets opmerken in je bloed. De huisarts volgt hierin namelijk de NHG Richtlijn en laat conform daaraan alleen de nuchtere bloedglucose bepalen. En die is aanvankelijk nog normaal, terwijl je insulinespiegel wel al hoog is, maar die wordt helaas niet meegeprikt. Wij wachten met deze aanpak in feite (zonder dat we ons dat realiseren hoor, ik kom er ook nu pas achter) totdat de nuchtere suiker gaat stijgen: de cellen zijn zo ongevoelig geworden dat de suiker niet meer weg te krijgen is. En dan wordt de diagnose diabetes type 2 (DM2) gesteld. Maar dan ben je dus eigenlijk al heel lang (en dit kan jaren zijn) een soort van ziek!

Bij DM2 geven we allereerst het advies om ‘gezond te eten, genoeg te bewegen en (zo nodig¹) af te vallen‘. Dat is een zin die helemaal, binnen de tien minuten die we hebben, kan worden uitgesproken. We geven (in mijn geval: gáven) géén inhoudelijk advies over voeding. Die kennis hebben we niet en tijd ervoor al helemaal niet. Daarom verwijzen we naar een diëtiste. Die jarenlang (en sommigen doen het nog steeds) adviseerden zes keer per dag te eten om zo ‘aan een meer evenwichtige suikerspiegel’ te komen. Vooral als je veel sport, zou dat belangrijk zijn. Afgezien van het feit dat dit fysiologisch gezien niet klopt (je krijgt er namelijk alleen maar meer suiker pieken van en niet meer evenwicht), begrijp je na het lezen van mijn vorige blog dat je van zes keer per dag of meer iets met geraffineerde suikers in je mond stoppen, insulineresistent kunt raken als je daar aanleg voor hebt.

Als de bloedsuikerspiegel na ons advies niet daalt (wat eigenlijk betekent dat de patiënt zijn leefstijl en voedingspatroon niet aanpast weten we nu, want diabetes type 2 is omkeerbaar), geven we medicijnen. Gelukkig geven we als eerste metformine, een medicijn dat o.a. de cellen weer wat gevoeliger maakt voor insuline. Maar als dat onvoldoende helpt (wat ook weer betekent dat de leefstijl en voeding niet worden aangepast), geven we een medicijn dat de alvleesklier stimuleert om meer insuline aan te maken. En tja… je snapt het…. daar wordt de IR alleen maar erger van. Dus moeten die medicijnen verdubbeld worden en uiteindelijk moet er soms zelfs insuline gespoten gaan worden. Met alle gevolgen van dien: de IR neemt toe en de patiënt wordt nog dikker ook. Deze strategie is helpend als de patiënt zijn leefstijl en voedingspatroon niet kan of wil veranderen. Maar voor een gemotiveerde patiënt behoort het behandelen met medicijnen tot een ouderwetse therapie, die wel het symptoom hoge suiker voor het moment bestrijdt, maar niet geneest, integendeel.

Toen wij nog jager-verzamelaars waren (>12.000 jaar geleden), bestond onze voeding voor 20-40% uit koolhydraten. Het voedingscentrum beveelt momenteel om onduidelijke redenen 40-70% aan (misschien omdat de behoefte aan snelle energie hoger ligt, vanwege de toegenomen hoeveelheid stress in ons leven?).

Als ik naar de ingevulde voedingsdagboeken kijk die mijn patiënten meebrengen naar het spreekuur, zit men eerder rond de 70% of hoger, dan eronder. Het is dan ook niet verwonderlijk dat onderzoekers van de Erasmus Universiteit berekenden dat als we zo door gaan met eten en drinken als nu, het in de lijn der verwachting ligt dat 1:3 vd huidige volwassen Nederlanders diabetes type 2 zal krijgen! Momenteel heeft 1:14 Nederlanders dit (kinderen meegerekend).

Waarom vinden we zoet nou zo lekker en kunnen we er niet van af blijven?
Glucose was de aller-aller-allereerste brandstof van de levende cel. Het zit heeeeeel diep in ons systeem geworteld dat dit is wat ons in leven houdt. Daarnaast kent ons brein geen verzadigingsgevoel voor zoet (ook niet voor zout overigens): hoe vol we na een maaltijd ook zitten, het toetje gaat er altijd nog in!

En het is zo dat ons brein van glucose houdt, maar ook op ketonen (afbraakproduct van vet) kan functioneren. Het verbranden van glucose gaat echter vele malen makkelijker en sneller dan het verbranden van vet, dus zal het altijd eerst voor glucose kiezen, tenzij dat niet voorradig is. Maar dan nog is het brein slim: het stuurt bij een tekort aan glucose een bericht naar de bijnieren, die stresshormonen aanmaken. Er is immers paniek, de brandstof is op, daarom ervaar je een suikerdip als stressvol. Die hormonen zorgen voor verhoogde opname van glucose in de darm, maar zetten het lichaam ook aan tot het aanmaken van glucose uit aminozuren (gluconeogenese), wat ten koste gaat van de spieropbouw, want daarvoor zijn die aminozuren ook nodig. En jij gaat op pad om snel weer wat suiker naar binnen te werken, om maar van het paniekerige gevoel af te komen. En langzaamaan wordt je slapper, dikker, vermoeider en hongeriger.

Als het brein op die manier alsmaar glucose krijgt voorgeschoteld als brandstof, raakt het een soort van verslaafd en, niet onbelangrijk, het verleert om te teren op de andere brandstof optie: ketonen, het afbraakproduct van vetten. Er verdwijnen naar verluidt letterlijk (MCT-) kanaaltjes via welke het brein deze ketonen normaliter het brein in trekt, ze zijn toch niet meer nodig.

Maar er is hoop. Als je even gaat liggen tijdens een trillende suiker dip, of juist even heel intensief beweegt, verdwijnt dit nare gevoel vanzelf. Na een half uur is het weg. En als je dit een week (of 2) volhoudt, kan het brein weer leren ‘aan je vet te trekken’. Je hongeraanvallen verdwijnen en je gaat je energieker voelen, want vetverbranding levert 4x zoveel energie op als glucoseverbranding. Doe je dit tezamen met een beetje krachttraining (zie mijn blog), het weglaten van tussendoortjes en het pimpen van je maaltijden, dan wordt je weer sterker, helderder in je hoofd en verdwijnen er lichamelijke klachten.

Ook het inmiddels populairder wordend ketogeen dieet² biedt uitkomst. Zie ook hier: het is al langer bekend dat dit dieet bij meer ziekten helpt, bijvoorbeeld bij kinderen met epilepsie. En ik kan u alvast verklappen: het helpt bij heel veel chronische ziekten.

Nog even dit, voor de meelezende artsen: in de IR les werd ons geadviseerd dus niet alleen de nuchtere glucose te bepalen, maar ook de insulinespiegel, om de reden hierboven genoemd. Op deze twee waarden kun je de HOMA-calculator loslaten (wel even letten op de juiste concentratiewaardes). Als die boven de 2 is, is er waarschijnlijk sprake van IR. Diabeten zitten al gauw boven de 5. Stem deze bepaling eerst even met je laboratorium af, anders raken ze overvraagd. Insuline kan alleen bepaald worden als het bloed direct wordt afgedraaid en op ijs wordt gezet, omdat de spiegel snel verandert. Het kan om die reden niet op een perifere priklocatie worden afgenomen. (NB De kosten zijn zo’n 20 euro. En een diabeet kost de verzekeraar 10.000 per jaar.)

Ik dook naar aanleiding van deze HOMA in de literatuur, omdat ik wilde weten hoe valide die bepaling is en vond³ een interessant artikel dat ik graag aanbeveel. Hierin wordt beschreven hoe je het insuline 2,3 en 4 uur na inname van 100 gram glucose zou moeten bepalen, als de nuchtere glucose- en insulinespiegels normaal zijn en je iemand toch van een IR verdenkt.

Opmerkelijk dat deze kennis, die er in de vorige eeuw al was, geen gemeengoed is geworden in de medische wereld. Ik realiseer me meer en meer dat wij werken op basis van oude wetenschap. Dat voelt schaamtevol, eerlijk gezegd 😳.

1. Zo nodig, want het zijn zoals gezegd (in blogje IR 1) niet alleen mensen met overgewicht die IR en DM ontwikkelen.
2. Expert Louisette Blikkenhorst houdt tegenwoordig ook spreekuur op de Kerklaan 33 te Schiedam
3. Met dank aan Wim Tilburgs van Je Leefstijl als Medicijn, die mij op het pad van Prof. Kraft bracht.

Wordt vervolgd…. stay tuned!

Insulineresistentie 1

Daar ben ik weer. Dit blogje heeft even op zich laten wachten hè?!

Ik vind dit een groot onderwerp. Omdat dit over een aandoening gaat die veel mensen hebben, zonder dat ze het weten (in Amerika 1:3 mensen). Met alle mogelijke gevolgen van dien. Ik ga het spreiden over 2 blogjes, anders wordt het teveel informatie tegelijk.

Eerst een korte inleiding.

Onze voeding bestaat uit koolhydraten, eiwitten en vetten. Dit worden de macronutriënten genoemd, de ‘grote’ voedingsstoffen. Onze voeding behoort ook kleinere voedingsstoffen te bevatten, deze worden de micronutriënten genoemd. Dit zijn de vitamines, mineralen en sporen-elementen. Ik kom hier in een later blogje nog op terug. 

Koolhydraten worden in de maag en de twaalfvingerige darm afgebroken tot glucosemoleculen. Glucose wordt ook wel suiker genoemd, maar is niet helemaal hetzelfde als ons tafelsuiker. Tafelsuiker (saccharose) bestaat uit glucose en fructose. 

Glucose is dus één van onze brandstoffen. Een gezond lichaam gebruikt glucose voor kortdurende, snelle acties, omdat glucose het makkelijkst en snelst te verbranden is. De vetten worden verbrand voor de rest van de dagelijkse activiteiten. Als die voorraden op zijn, of in tijden van heftige stress, kan het lichaam ook eiwitten gebruiken. 

Als we suiker willen kunnen gebruiken voor de spoedacties (bijvoorbeeld in acute stress situaties zoals gevaar) is het wel handig als we hier een voorraadje van hebben, want er is dan geen tijd om nog even snel iets te eten. We slaan glucose dan ook op en wel vooral dáár waar we dat het hardste nodig hebben: in de spieren. In de vorm van glycogeen. Tenzij we heel veel of vaak op de dag glucose binnenkrijgen. Dan raken de spieren vol, maar weggooien doen we niet graag, dus maken we er… vet van. En dat vet wordt in de lever, rond de organen en ook buiten de buikwand opgeslagen. Rompvet dus.

Insuline is een hormoon dat in de alvleesklier wordt aangemaakt zodra er koolhydraten/suikers gegeten worden. (De alvleesklier ligt bovenin de buik, achter de maag.) Het lichaam wil de bloedsuikerspiegel namelijk altijd zo constant mogelijk houden en insuline helpt de glucose de cellen in te krijgen. Het stimuleert ook de vetaanmaak, daarmee verdwijnt de glucose tenslotte óók uit de bloedbaan. Als de suikers in de cellen zijn opgenomen, krijgt de alvleesklier een seintje dat de insulineproductie weer mag stoppen.

Als je nu veel en vooral ook vaak (vooral geraffineerde) koolhydraten eet, maakt je alvleesklier dus alsmaar insuline aan. En dat blijkt nu niet gezond te zijn. Want daarvan raken de cellen ongevoelig voor insuline, ze worden insulineresistent (IR). En daardoor kan de glucose de cel niet meer in, wordt het alleen nog maar omgezet in vet (daar komen onze buikjes vandaan) en de alvleesklier krijgt niet meer het signaal dat de productie mag stoppen.

Wat is daar nou allemaal erg aan?
Op een bepaald moment lukt het niet meer om de overtollige suikers te verwerken en dan stijgt de bloedsuikerspiegel. Dan is er sprake van suikerziekte, oftewel diabetes mellitus (type 2). Het lichaam wil nog steeds van de suiker af en daarom wordt de glucose dan via de urine geloosd, de persoon gaat meer plassen en krijgt dus ook meer dorst.*
Behalve een verhoogd risico op het krijgen van diabetes, blijkt dat IR óók gerelateerd is aan een verhoogd risico op het krijgen van diverse vormen van kanker (blaas, borst, darm, cervix, alvleesklier en baarmoeder)**. Omdat IR het vermogen van het lichaam om kankercellen te doden afremt en ondertussen de tumor van veel brandstof voorziet, namelijk hoge bloedsuikerspiegels.

Hoe herkennen we insulineresistentie? Dit zijn verschijnselen die geassocieerd zijn met IR:

  • Hongeraanvallen tussen de maaltijden door (je hebt altijd iets te eten bij je, voor de zekerheid)
  • Extreem moe of slaperig worden na de maaltijd
  • Menstruatieklachten: onregelmatig, wegblijven of juist veel- en of vaak menstrueren, veel pijn tijdens de menstruatie.
  • Moeilijk zwanger raken
  • Acné
  • Alsmaar moe zijn
  • Soms ineens een beetje wazig zien, of een onhelder gevoel in je hoofd
  • Huidaanhangseltjes
  • Eczeem op de hoofdhuid
  • Middelomtrek is groter dan ongeveer de helft van je lengte, of groter dan de omvang van je heupen. Maar, let op: ook slanke mensen kunnen IR zijn, de zogenaamde TOFI: Thin on the Outside, Thick on the Inside, (Dun van buiten, dik van binnen).
  • Donkere plekken op de huid, vooral in de nekplooi, oksels, buik-en flankplooien (acanthosis nigricans)
  • Leververvetting
  • Gezichtsbeharing, meer dan normaal voor jouw cultuur
  • Er lijkt ook een relatie te bestaan met het groeien van de prostaat

Wanneer heb je een verhoogd risico om insulineresistent te worden (of zijn)?

  • Ouders met diabetes type 2
  • Vaak en veel (‘snelle / geraffineerde’) suikers eten
  • Overgewicht (vooral het hebben van rompvet)
  • Veel zitten, weinig bewegen
  • Roken
  • Slaapstoornis
  • Hindoestaanse komaf
  • Chroomtekort*** (volgens het voedingscentrum is dat in NL zeldzaam)

Wat kun je doen om IR te genezen?

Deze drie dingen tezamen (en dus niet slechts 1 van de drie****, al moet je jezelf de tijd gunnen om ze alledrie in je systeem te krijgen):

  • Lage koolhydraatinname: zie hieronder
  • Geen tussendoortjes: tussen ontbijt en lunch -en lunch en diner- een uur of vijf niks, alleen drinken (koffie liefst vlak binnen een uur na de maaltijd, verder (liefst groene) thee en water. En na het diner tot aan het ontbijt niks eten en alleen koffie, water of thee drinken. Dit wordt intermittend fasting genoemd. Dan komt er een moment dat je denkt: nu móet ik iets eten. Mis. Dat móet je niet, want je hebt brandstof genoeg opgeslagen liggen. Ga even een half uurtje liggen en het gevoel verdwijnt vanzelf. Na een week zijn deze momenten vaak al over, hoor ik van de mensen die hiermee aan de slag gaan.
  • En, jawel, krachttraining: Voor de mensen die niet gewend zijn om te sporten: zie mijn eerdere blogje voor tips. Degenen die wel gewend zijn te sporten adviseer ik, gedurende 10-20 minuten, kortdurende (30-45 sec), intensieve krachtsinspanning te verrichten, met intervallen (15-20 sec). Dit wordt ook wel High Intensity Interval Training genoemd (HIIT). Je kunt hiervan allerlei voorbeelden vinden op You Tube.

Hier zitten ze in, de suikers / koolhydraten:

  • Limonade, vruchtensappen (wel het hele fruit eten, maar dus niet meer dagelijks persen en als je het al wilt blijven doen, neem dan niet meer dan 1 sinaasappel. Dit heeft nog een andere reden: in fruit zit fructose. Dat kunnen we maar beperkt afbreken, de rest verdwijnt ook al zo het buik-en levervet in. In een flesje jus d’orange zit al gauw het sap van drie of meer sinaasappelen.)
  • Grote hoeveelheden alcohol
  • Rijst, aardappelen, pasta, brood
  • Bewerkt (=geraffineerd) voedsel (je herkent niet meer hoe het groeide)
  • Voedsel met veel zetmeel erin (https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/trefwoord/zetmeel.aspx)
  • Zuivel (want dat is galactose en dat is ook een suiker)

Nou, dit is het even voor nu. Een hoop informatie! Een aardige herhaling van/ aanvulling op dit alles is te zien in dit filmpje https://www.youtube.com/watch?v=571H-RPxNNs.

Tip: That Sugarfilm, op Netflix. Je bent daarna voorgoed genezen van het frequent willen eten van suikers.

Wordt vervolgd!

*Hier komt de naam diabetes mellitus vandaan. ‘Dia’ is Grieks voor ‘door’, ‘betes’ komt van het Oud Griekse ’baino’ wat ‘gaan’ betekent. ‘Mellitus’ is Latijn voor honingzoet. Diabetes mellitus betekent dus zoiets als ‘zoete doorgang’.

**IR en kanker https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3595327/

***IR en chroom https://www.ntvg.nl/artikelen/chroom-en-insulineresistentie/volledig en ook https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/chroom.aspx

****Bewegen én voeding https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3835728/

 

Krachttraining?

Als u vanaf het begin wilt lezen, ga hier naar de website en zie de kolom rechts (pc) of scroll naar beneden (mobiel).

Ik zit in een leuke ‘klas’. Zo’n 60 studenten van verschillend pluimage, jong en oud. Osteopaten, verpleegkundigen, diëtisten, mensen die verschillende soorten geneeswijzen beoefenen, een tandarts, een drogist, een zakenman en een moeder. Allemaal geïnteresseerd in hoe het lichaam werkt en wat er mis gaat als we ziek worden en waaróm het mis gaat. Dat is wat we hier leren.

Iedereen heeft medische basiskennis, maar ik ben de enige huisarts. Men vindt het heel bijzonder dat ik in dit vak geïnteresseerd ben. Omdat het als ‘alternatief’ wordt bestempeld en omdat ‘reguliere’ geneeskunde beoefenaars en ‘alternatief’ niet samen gaan. Over en weer is er veel scepsis. Wij vertrouwen de alternatieven niet en de alternatieven vertrouwen de regulieren niet. Maar ja, nou zit ik daar wel dus. En ik merk dat men dat eigenlijk hartstikke leuk vindt. Ik krijg veel bemoedigende woorden en complimentjes. Ik geniet van al die aandacht en vind het tegelijkertijd ook opmerkelijk dat de wereld zo in elkaar zit. Dat al die mensen die zich inzetten voor het wel en wee van anderen, regulier en alternatief, kennelijk zo ver uit elkaar staan dat als er iemand over de heining komt kijken, dat als heel bijzonder wordt ervaren.

Ik stel natuurlijk veel kritische vragen en heb het hoogste woord als er iets gezegd wordt dat mij vreemd in de oren klinkt. “Ja nou hoor ik je toch alwéér iets zeggen dat niet klopt” zeg ik op een gegeven moment. En ik hoor mezelf: huh, zei ik nou ‘alwéér’? Ik moet hardop lachen om mijn eigen achterdocht en de zaal lacht mee. De sfeer is heel plezierig en de docente is een warm mens. Zij kan mijn kritische houding heel goed hebben en moedigt me zelfs aan vooral kritisch te blijven. Zo wordt het een grappig soort van kat-en-muis spel, waar we met elkaar plezier om hebben.

De lessen bevatten heel veel informatie maar worden zodanig uitgelegd dat het goed te volgen is. Ik vind het allemaal reuze boeiend en en maak veel aantekeningen. Digitaal, want dan kan ik het later allemaal makkelijk terugvinden, dat studeert sneller.

We worden elk uur aangemoedigd even te bewegen, want na een uur stilzitten heb je alweer spierweefsel ingeleverd, zegt de docente. We staan op, en doen wat oefeningen. Bijvoorbeeld push-ups (in het begin zakte ik niet meer dan 2 cm, maar nu doe ik er moeiteloos tien achter elkaar tot halverwege de grond), squats of we planken even (op de onderarmen steunen en het lijf als een plank strekken, tot aan de tenen). Niet meer dan 1-2 minuten. Precies genoeg om weer helder te zijn. Heerlijk! Ik blijf op deze manier moeiteloos een hele dag alert, van 9-17.30u.

Gaandeweg de colleges begrijp ik steeds beter waarom er zo op spiertraining gehamerd wordt. Hierin schuilt een gezond en helend proces. Je gooit zo niet alleen je overtollige suikers eruit, maar je spieren worden ook door de beweging gestimuleerd meer spierweefsel aan te maken. En dat is mooi, want in de spieren liggen onze energiefabriekjes (mitochondriën). Hoe meer spierweefsel, hoe meer energie we genereren en hoe energieker we ons voelen. Op de koop toe maken we ook nog een beetje lactoferrine aan, (een natuurlijk antibioticum dat ook veel in moedermelk zit). En, dames van boven de 50, ook een beetje oestrogeen! Wie met regelmaat aan enige spiertraining doet, blijft er langer goed uit zien.

Tussen de middag krijgen we een overheerlijke lunch, gebaseerd op het oer-dieet. Waarom het oerdieet, dat leg ik later nog uit. Vis, kip, verschillende groenteschotels en -salades, noten, knollen en eigerechten. Het smaakt me allemaal enorm goed en wat me opvalt is dat ik me er een hele lange middag verzadigd door voel. Eigenlijk eet ik rond 19u alleen nog iets kleins, twee haringen of zo en dat is dan genoeg. Ik krijg tussen de lunch en het diner geen honger en tussen mijn avondhap rond 19u en mijn ontbijt de volgende dag, taal ik naar niets anders dan alleen drinken. En dat is bijzonder. Want vroeger had ik last van honger aanvallen. Hypo’s, zeg maar. Iedereen kende dit van mij, omdat ik er echt prikkelbaar en chagerijning bij was en echt iets móest eten. En als dat dan niet voorhanden was, dan moesten alle plannen wijken voor het vinden van iets te eten voor mij, anders was er geen land met me te bezeilen.

Ik ontdekte -inmiddels alweer een paar jaar geleden- dat dat te maken had met de suikers die ik at of dronk tijdens de maaltijd ervoor, of die in een tussendoortje zaten. Jus d’orange, een plak ontbijtkoek, zelfs banaan veroorzaakte dit. Mijn eigen theorie was deze: het lichaam maakt dan insuline aan, maar schiet als het ware door. De suikerspiegel gaat na het eten of drinken eerst even omhoog, maar zakt dan na enkele uren juist even onder normaal, door de inmiddels ontstane insulinepiek die de suikers de cellen injaagt. Patiënten op mijn spreekuur maken ook melding van dit fenomeen dat ook wel ‘hypoglycaemie‘ wordt genoemd. Ik herinner me dat dat vroeger als een vage diagnose werd (misschien wel nog steeds wordt?) beschouwd door reguliere artsen. Hypo’s kwamen tenslotte alleen écht voor bij suikerziekte, ten gevolge van de medicatie die daarvoor gebruikt werd.

En nu leer ik bij welk fenomeen dit hoort, een van de andere veel voorkomende oorzaken van chronische klachten. Onverklaarde moeheid bijvoorbeeld en het buikje dat maar niet weg te krijgen is, acné, eierstokcysten (PCOS) en zelfs prostaatvergroting.

Namelijk: insulineresistentie.

————————————————————————————————————————————-

Wordt vervolgd! U kunt zich abonneren op mijn blog via de knop ‘volg’ in de kolom rechts op uw pc of laptop. Mobiele lezers zien rechts onderin een volgknopje. Na aanmelding ontvangt u een mail wanneer ik een nieuwe blog heb gepost.

Tip: Doe elke twee uur 1 minuut lang wat krachtsoefeningen. Je hebt er niets voor nodig! Maak het jezelf niet te moeilijk en doe alleen dat wat lukt. Doe de push up bijvoorbeeld eerst tegen een tafel aan. Wil je weten hoe je de perfecte squat doet, klik dan hier, voor planken klik hier, voor een push up klik hier.

NB Doe de eerste 2 uren na de maaltijd geen oefeningen.